
Het NIMBY-syndroom
Mensen doen soms alsof kinderporno, kinderprostitutie, incest, aanranding en andere vormen van seksueel geweld en misbruik niet bestaan. Het NIMBY-syndroom is hier vaak de oorzaak van.
NIMBY is afgekort van 'Not In My Back Yard' - Engels voor 'niet in mijn achtertuin'. Mensen denken dat dingen als seksueel geweld niet in hun achtertuin voorkomen en dus hebben mensen er niets mee te maken. Het lijkt alsof mensen niet onder ogen willen zien wat er gebeurd. Vaak ligt het probleem niet bij het niet onder ogen willen zien, maar aan het niet kunnen accepteren dat het gebeurt. Het is een soort van overlevingsmechanisme.
Een aantal NIMBY-reacties zijn:
- Niet geloven dat het kind misbruikt door deze pleger is misbruikt.
"Zo'n keurige man doet zoiets toch niet?" - De ernst en de omvang van de problematiek als iets onbeduidends voorstellen.
- Een lijdzame/fatalistische houding aannemen.
"Het gaat toch door, er is niks aan te doen." - Zich verschuilen achter beroepsgeheim.
"Ik kan en mag niks doen."
Dit kan leiden tot een hoop frustraties en onbegrip. Als je iemand verteld wat er is gebeurd kan die persoon heel afstandelijk, ontkennend reageren. Dit komt niet omdat die persoon niet wìl geloven wat je zegt, maar omdat het moeilijk is voor mensen om onder ogen te zien dat seksueel misbruik ook in hun omgeving voorkomt.
Het NIMBY-syndroom komt ook voor bij slachtoffers van seksueel geweld. Slachtoffers ervaarden het misbruik ook na voorlichting over wat misbruik is, nog steeds niet als misbruik. Dit komt ook door de loyaliteit van het slachtoffer ten opzichte van de dader. De dader is vaak namelijk een vader, broer, leraar, huisvriend etc. etc. Dit is, als je omgaat met een slachtoffer een punt waar je goed op moet letten.
Dissociatieve Identiteitsstoornis/ Meervoudige Persoonlijkheisstoornis (DIS / MPS)
Dit is een overlevingsmechanisme dat vooral voorkomt bij mensen die traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt. Vroeger werd deze stoornis vooral MPS (meervoudige persoonlijkheids stoornis) genoemd, tegenwoordig wordt meer van DIS (dissociatieve identiteitsstoornis) gesproken. Het overlevingsmechanisme zorgt ervoor dat de identiteit van de persoon zich kan afsplitsen, zo lijkt het alsof de persoon die de traumatische gebeurtenis meemaakte een andere persoon is. Er wordt eigenlijk een soort afstand tussen lichaam een geest gecreëerd.
DIS/MPS ontstaat meestal als iemand voor het 5e of 6e levensjaar een traumatische gebeurtenis mee heeft gemaakt. Dit is voor de tijd dat het kind één eigen identiteit heeft ontwikkeld. Omdat er nog geen eigen identiteit is ontwikkeld, wordt er een soort "tweede persoon" aangemaakt die de traumatische gebeurtenis meemaakt. Intussen doet het kind alsof zijn "eigen ik" iets anders doet dat niet pijn doet en dat wel leuk is.
Iemand met DIS/MPS kan door een trigger (iets dan aan de traumatische gebeurtenis doet denken) een andere persoonlijkheid, een alter, aannemen. Deze alter kan erg kinderlijk of agressief zijn. Soms lijkt de alter ook totaal iemand anders door een verandering in de spraak, mimiek, door taalgebruik en door de houding. In sommige gevallen heeft deze alter ook een andere naam. Als de "echte persoon" weer terug is dan is deze vaak de tijd een beetje kwijt en heeft hij of zij geen flauw idee wat er is gebeurd.
- automutilatie / zelfbeschadiging
- depersonalitatie
- derealisatie
- de tijd kwijt zijn / geheugenverlies
- dwangmatig dingen doen, als in rituelen
- geen of onvoldoende controle over lichamelijke bewegingen van benen of armen
- ongevoeligheid voor (lichamelijke) pijn
- PTSS
- slaapproblemen (nachtmerries, slapeloosheid, slaapwandelen)
- stemmen horen van alters
- suicidaliteit
- swichten van alters
Amnesie / Geheugenverlies. De persoon is soms hele delen van de tijd kwijt, dit kan uiteenlopen van enkele minuten tot enkele dagen. De tijd die de persoon is vergeten kan zowel in het heden als in het verleden plaatsvinden.
Depersonalitatie. De persoon voelt zich niet verbonden met het eigen lichaam en heeft het gevoel een gevoelloze robot te zijn. Het lichaam lijkt te groot te zijn of van iemand anders te zijn. De persoon ervaart het leven alsof hij of zij het van buitenaf bekijkt, alsof hij of zij naar een film kijkt.
Derealisatie. De persoon vervreemd zich van het heden en keert terug in een andere periode van zijn of haar leven. Alles wat bekend is voor de persoon (het eigen huis, de eigen kinderen etc.) wordt niet meer herkent en als vreemd ervaren. Derealisatie gaat soms gepaard met herbelevingen.
Identiteitsverwarring. Door dingen uit de omgeving, triggers en stemmen in het hoofd kan een innerlijke strijd ontstaan tussen verschillende persoonlijkheden. De "echte persoon" is dan verward en weet niet meer wie hij of zij is en wat hij of zij aan het doen was.
Identiteitswisseling. Soms komen de alters op de voorgrond. De "echte persoon" gaat anders praten, heeft een andere naam en/of een ander handschrift.
DIS/MPS symptomen kunnen op ieder moment optreden. Bij het zien of horen van een trigger kunnen deze symtomen extra sterk optreden.
